Een nieuwe trend in PR heet ‘media catching’, of in het Nederlands: de balletjes opvangen die door journalisten op zoek naar bronnen in de lucht worden gegooid. Heel vaak schrijven journalisten verhalen waarvoor ze zogenaamde ‘getuigen’ nodig hebben. Ze krijgen bijvoorbeeld de opdracht: schrijf eens iets over een jonge ingenieur die aan zijn eerste werkdag begint. Of: zoek een bedrijfsleider die in zonnepanelen investeert.
Vroeger moest een journalist dan beginnen rondbellen naar zijn adresboekje, op zoek naar zo’n ingenieur of bedrijfsleider. Een tijdrovend karwei, dat vandaag veel gemakkelijker is geworden: er zijn namelijk talloze nieuwe manieren om wereldkundig te maken dat een journalist(e) met een artikel bezig is.
In de VS is de website ‘Help a Reporter Out’ (HARO) bijvoorbeeld een groot succes. Het systeem is heel eenvoudig: elke dag stuurt HARO een drietal e-mails uit met een hele rist vragen van reporters, bijvoorbeeld: ‘ABC News zoekt een koppel dat morgen trouwt en dat iets kan vertellen over aanvallen van lichte paniek vlak voor het huwelijk’.

Die mails worden verstuurd naar zo’n 100 000 ‘sources’ of bronnen. De bronnen kunnen dan contact opnemen met de journalist in kwestie om hun expertise of hun persoonlijke verhaal aan te bieden ('pitchen') – het motto van HARO is niet voor niets: ‘Everybody is an expert at something.’
Volgens oprichter Peter Shankman wordt het systeem gebruikt door zowat alle grote en kleine media outlets in de VS: van de NY Times over de Washington Post tot CNN en de Daily Show.
Het systeem is zeer VS-centrisch – je zal geen Belgische reporters vinden op HARO. Maar er bestaat wél een soortement alternatief dat nu al gretig wordt gebruikt door journalisten, en het is eveneens gratis: Twitter.
Volgens schattingen zitten bijna 500 Belgische journalisten op Twitter. Het gebeurt steeds vaker dat zij via Twitter een oproep doen om hulp. Een uitstekende opportuniteit voor alerte bedrijven om exposure te bekomen. Elk bedrijf en elke PR verantwoordelijke zou over een up to date lijst moeten beschikken met relevante journalisten die actief zijn op Twitter. Niet alleen om te volgen wat er leeft in je sector, maar ook om toe te slaan als zich PR opportuniteiten voordoen. Een voorbeeld: Trends-journalist Benny Debruyne:

FINN zelf reageerde recent op een Twitter-oproep van Kanaal Z. Door snel te reageren en de juiste credentials voor te leggen, mocht FINN in een item van enkele minuten in het Kanaal Z-nieuws uitleg geven bij de beursgang van de sociale netwerksite LinkedIn.
De regels voor ‘media catching’ zijn eenvoudig:
Vele media-opportuniteiten gaan verloren door te traag te reageren. Deadlines zijn kort! Als een journalist om 15 u een vraag stelt, hoopt hij wellicht om voor 17 u iemand te kunnen interviewen. Als zich een interessante mogelijkheid voordoet, contacteer dan onmiddellijk de betrokkene in je bedrijf die kan helpen.
Je kan jezelf en de journalist veel tijd besparen door alleen te reageren als je ervaringen en expertise relevant zijn. Dat is niét: bijna, ongeveer relevant.
Journalisten zijn in de regel drukbezet. Ze hebben geen tijd om op elke mail uitvoerig te antwoorden. Als je mailt, of twittert of belt: ga ervan uit dat ze je mail of twitterbericht hebben gezien. Het heeft geen zin om hen de uren of dagen nadat je hebt gemaild nog te stalken met de vraag: ‘Hebt u mijn mail gekregen?’ Het antwoord is wellicht: ‘Ja, maar uw voorstel interesseert ons niet genoeg om te reageren.’
Het kan zijn dat je verhaal relevant is, maar dat andere verhalen een extra dimensie hebben. Journalisten zoeken vaak verschillende profielen voor hun getuigenissen: jong, oud, man, vrouw, enz.
De beloning voor het helpen van een journalist bestaat erin dat je (misschien) enige media-exposure krijgt. That’s it. Vraag dus geen wederdienst (‘een gratis jaarabonnement op Trends’), of verwacht geen handgeschreven bedankbriefje op geparfumeerd papier de volgende dag. Als zijn of haar artikel is ingeleverd, is de journalist alweer aan iets anders bezig.
Nieuwe reactie inzenden